Het geheime pact met de dood van de narcist

We vallen allemaal neer

Geschreven door JH Simon

Het geheime pact met de dood van de narcist

(Engels)
Ring around the rosie,
A pocket full of posies.
Ashes! Ashes!
We all fall down!

Ring around the rosie,
Een zak vol bloemen.
As! As!
We vallen allemaal neer!

Er is iets aan dit kinderliedje dat me altijd heeft gefascineerd. De oorsprong ervan is onbekend, maar er is een oude interpretatie die het in verband brengt met de Grote Pest van de 17e eeuw.

Er is geen hard bewijs voor de ‘bubonische’ oorsprong van het rijmpje, maar ik denk niet dat dat er echt toe doet. Als de symboliek naar iets diepers verwijst dat ons helpt moeilijke waarheden te begrijpen, des te beter.

In de pestinterpretatie verwijst ‘rosie’ naar de kleur van de uitslag die door de ziekte wordt veroorzaakt, terwijl een ‘zakje met bloemen’ iets was dat mensen bij zich droegen om de ‘slechte geur’ af te weren en zichzelf te beschermen. ‘As’ verwijst naar de brandende lichamen en ‘we vallen allemaal neer’ symboliseert de massa’s mensen die overal sterven.

Het hoeft geen betoog dat de Grote Pest al lang voorbij is. Covid heeft veel van onze dierbaren van ons afgenomen, maar had heel andere kenmerken dan eerdere pandemieën. Misschien hebben we nieuwe kinderliedjes nodig om onze ervaringen met gedwongen vaccinaties, het beklemmende isolement met eindeloos binge-watchen en de griezelig verlaten luchthavens en straten te symboliseren.

Er is echter een context waarin ik vind dat dit kinderliedje nog steeds toepasselijk is, namelijk bij het beschrijven van een narcist. Laten we dit klassieke liedje dus eens herinterpreteren en kijken of we er een nieuwe betekenis aan kunnen geven die ons in de 21e eeuw van pas kan komen.

Een ring rond de doelpersoon

Er is iets verontrustends aan het feit dat ‘Ring Around The Rosie’ in de volksmond wordt geassocieerd met massale sterfte, terwijl het ook een kinderspel is.

Op de speelplaats houden kinderen elkaars hand vast en zingen ze de tekst terwijl ze in een cirkel ronddraaien, met de climax aan het einde. Dit spel heeft iets vrolijks, het viert de levenscyclus, waarbij elk spel eindigt met ‘dood’, gevolgd door de onvermijdelijke wedergeboorte. In dit opzicht is de betekenis heel mooi: De dood is niet het einde.

Maar we kunnen dit rijmpje ook zien als een waarschuwing voor narcisten. En wat als de dood niet het einde is, maar juist het doel?

Met dit in gedachten kunnen we de tekst als volgt ontleden:

  1. Ring around the rosie: ‘Rosie’ komt van het Franse woord ‘rosier’, wat rozenstruik betekent. Deze rozenstruik heeft prachtige bloemen, maar ook doornen aan de stengels. We kunnen de doelpersoon van de narcist zien als iemand met wonden (doornen) die iets waardevols biedt aan de narcist (bloemen). Deze bloemen staan voor levendigheid, optimisme en energie. Ze staan voor leven, dat de narcist wil omzetten in narcistische bevoorrading. Als gevolg daarvan loopt de narcist metaforische cirkels, of ‘ringen’, rond de doelpersoon (de rosie), in een poging hem of haar te vangen in zijn narcistische rijk.
  2. Een zak vol bloemen: Bloemen zijn boeketten die de narcist aan de doelpersoon geeft om hem of haar te ontwapenen. Dit staat voor de aandacht, vleierij en charme van de narcist tijdens de idealisering. Ze geven de doelpersoon een ‘boeket’ zoals een verliefde dat zou doen.
  3. As! As!: Na de idealisering begint het afwaarderen. De narcist gooit zijn onderdrukte trauma op de doelpersoon door misbruik en haalt er narcistische bevoorrading uit, waardoor het innerlijke leven van de doelpersoon in as verandert.
  4. We vallen allemaal neer!: Deze zin spreekt voor zich. ‘Neer vallen’ verwijst naar het leven van de doelpersoon dat in een neerwaartse spiraal van depressie, armoede en verval terechtkomt.

Maar we moeten eens goed kijken naar het woord ‘allen’ in die laatste zin. Betekent dit niet dat zowel de doelpersoon als de narcist een ondergang meemaakt? Komt de narcist niet altijd als winnaar uit de strijd?

Een gecremeerde relatie

Er zit iets ritueel in een narcistische relatie. De cyclus van idealiseren-afwaarderen-afdanken lijkt zich steeds te herhalen, net als in het kinderspel ‘Ring A Rosie’. Wanneer de narcist en zijn doelpersoon na het afdanken ‘allemaal vallen’, verzamelt de narcist nieuwe ‘boeketten’, d.w.z. grootsheid, en gaat hij op zoek naar een nieuwe ‘rosie’ (doelpersoon) om rond te cirkelen.

In gevallen waarin de relatie tientallen jaren of een heel leven duurt, wordt de afwaarderingsfase eindeloos uitgesteld, terwijl de partner van de narcist geleidelijk aan geestelijk en emotioneel verwelkt. Dat wil zeggen dat zelfs als de narcist fysiek in je leven blijft, hij je emotioneel altijd in de steek laat, waardoor de relatie in een voortdurende staat van verval en alledaagse routine verkeert.

Maar hoe dan ook, afdanken of niet, het resultaat is hetzelfde: Een huilende leegte.

De eeuwige terugkeer

Rituelen spelen een enorme rol in het leven van de mens, zelfs als we weinig begrip hebben van hun diepere betekenis.

‘De eeuwige terugkeer’ is een idee van historicus Mircea Eliade om de betekenis achter het rituele gedrag van religieuze mensen door de geschiedenis heen te verklaren. Eliade zegt dat door bepaalde handelingen in een bepaalde volgorde te herhalen, iemand kan terugkeren naar een ‘mythisch tijdperk’. Dat wil zeggen dat ze terug in de tijd kunnen gaan naar een gebeurtenis die hun bestaan op een belangrijke manier heeft gevormd.

Eliade noemt lineaire tijd ‘profaan’, terwijl ‘heilige’ tijd cirkelvormig is, waarbij een gebeurtenis zich oneindig herhaalt door steeds opnieuw te worden nagespeeld. ‘Profane’ tijd kan zinloos aanvoelen, zoals leven in een staat van constante verveling waarin ‘niets gebeurt’. Heilige tijd daarentegen draait om een specifiek moment waarop iets buitengewoons is gebeurd.

Als we de verbinding met zulke ‘mysterieuze’ of ‘heilige’ gebeurtenissen zouden verliezen, zou het leven weer zinloos worden en zouden we terugkeren naar de zinloze uitgestrektheid van lineaire tijd, waar de seconden tikken maar er niets verandert. Heilige tijd zorgt voor een broodnodige ‘onderbreking’ in lineaire tijd en brengt radicale verandering teweeg door een kracht die buiten onze gewone wereld ligt. Rituelen zijn de manier waarop we terugkeren naar deze belangrijke gebeurtenissen, die totale vernietiging hadden kunnen brengen of ons hadden kunnen leiden naar transcendentie en groei.

Een reden om terug te keren

Rituelen brengen ons terug naar een staat van chaos, naar een tijd waarin onze wereld ontstond uit een staat van verandering. In zulke gevallen gebeurde er iets onverwachts en transcendent. De oerknal. De dood van Christus. Het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Door jubilea te vieren of specifieke rituelen te herhalen die een gebeurtenis nabootsen, willen mensen toegang krijgen tot de spirituele waarde van die gebeurtenis. Misschien ontstaat al het leven als een ‘ritueel herhaling’ van de oerknal?

De dood en wederopstanding van Christus symboliseert de universele ervaring van menselijk lijden en het vermogen om het ego te laten sterven. Daarmee komt een spirituele wedergeboorte, die onze psychologische ‘wederopstanding’ inluidt. Het symbool van Christus aan het kruis geeft ons de kracht om ‘ons kruis te kiezen’ door onvermijdelijk lijden stoïcijns te accepteren, in welke vorm dan ook.

Het einde van de Tweede Wereldoorlog kan ons helpen om te blijven genieten van het leven in een nieuwe wereld die is gebouwd op de as van de oude. Het kan ons er ook aan herinneren hoe waardevol het is om onszelf op te offeren voor iets dat groter is dan onszelf.

Wat betekent dit allemaal als we kijken naar het ritueel van idealiseren, afwaarderen en afdanken van narcisten? Wat halen ze uit het herhalen ervan? En nog belangrijker, welke gebeurtenis herhalen ze?

Laat me je mijn wereld laten zien

Het spel ‘ring around the rosie’ van de narcist draait niet om een rozenstruik, maar om een relatie. In dit spel speelt de doelpersoon een dubbele rol: hij vertegenwoordigt zowel de rozenstruik als het andere ‘kind’ dat samen met de narcist rond de rozenstruik danst.

Een relatie komt alleen tot leven door de emotionele investering van beide partijen. Maar de narcist investeert niet emotioneel in de relatie, hij investeert alleen in het spel zelf. Daarom staat de doelpersoon er alleen voor in de relatie. Daarom is hij de rozenstruik – hij is de enige die ‘leeft’. Ondertussen wordt de doelpersoon ook gedwongen om deel te nemen aan de fantasiewereld van de narcist – gelokt door de zoete geur van de bloemen van de narcist. Wat de doelpersoon niet weet, is dat hij of zij bij de hand wordt geleid naar een rituele reconstructie van de oorsprong van de narcist – naar de fundamentele relatie van de narcist, die hem of haar heeft gemaakt tot wie hij of zij is.

Terug naar de kindertijd: de ouder van de narcist was de rozenstruik. Meestal is dit de moeder, maar het kan ook de vader zijn. Of allebei. De narcist, vol leven, draaide om zijn ouder heen met een zak vol bloemen om hem of haar te plezieren. Dit is de archetypische ouder-kindrelatie. Het kind dat geboren wordt, verandert in een apart mens; een bosje bloemen los van de rozenstruik. Dit bosje bloemen blijft in de kindertijd rond de ‘rozenstruik’ cirkelen, totdat de onvermijdelijke scheiding en individuatie komt, waarbij het kind een eigen rozenstruik wordt — een proces dat de narcist nooit heeft voltooid.

In plaats daarvan gebeurde er iets tragisch. De narcist veranderde in ‘as’ en ‘viel neer’, en zakte steeds dieper weg in de dood. De rozenstruik die zij als bron van leven beschouwden, was niet wat hij op het eerste gezicht leek.

Het kost tijd voordat de realiteit doordringt tot het zich ontwikkelende, fantasierijke brein van een kind. Ze draaien om de ouder heen, cirkelend op zoek naar liefde, aandacht en zorg. In het geval van de narcist kregen ze weinig warmte of zelfs maar erkenning van hun ouder. De ouder leek op een rozenstruik, maar er zat geen leven in. Hun gezicht lichtte nooit op als de narcist de kamer binnenkwam; het bleef angstig of onbewogen. In plaats van te stralen van vreugde over hun kind, bleef de ouder depressief, boos of kritisch.

Maanden en jaren gingen voorbij voor de narcist, terwijl hij steeds meer gefrustreerd en vervuld van schaamte raakte door de voortdurende afwijzing door zijn ouder. En hij bleef om zijn ouder cirkelen, steeds wanhopiger, zich steeds steviger vastklampend aan de rozenstruik, totdat hij plotseling met een klap op het harde beton van de realiteit terechtkwam: De rozenstruik was verdord. Hij had nooit echt geleefd.

De dood sijpelde in de aderen van de narcist en ze voelden zichzelf in as veranderen. Ze verloren hun psychologische houvast en raakten in paniek toen ze in de afgrond begonnen te vallen.

“Hé jij daar,” klonk de stem van de Dood. “Kijk eens daar.”

De narcist stopte tijdelijk zijn neerwaartse spiraal en keek om, waar hij de overvloedige wereld van zijn verbeelding zag. Plotseling voelde hij het leven weer in zich terugkeren.

“Ik zal een deal met je sluiten,” zei de dood, terwijl hij het valse zelf naar voren duwde. “Houd deze jongen bij de hand, ga samen de fantasiewereld binnen en je mag blijven leven.”

Verbijsterd, maar wetende dat ze geen keuze hadden, stemde het kind toe en samen met hun valse zelf sloegen ze de weg van het narcisme in, zonder om te kijken, op weg naar de fantasiewereld. Hun ouders waren misschien fysiek nog wel in hun leven aanwezig, maar de psychologische band van de narcist met hen was voorgoed verbroken.

Het pact

De narcist leeft een ‘profaan’ leven van voortdurende wanhoop. In plaats van zich los te maken van de rozenstruik die hen voortbracht en een eigen boom te worden, veranderden ze in as. Om te overleven sloten ze een pact met de dood en kozen ze ervoor om in een fantasiewereld te leven.

Dit is het oorsprongsverhaal van de narcist, de oergebeurtenis die hen tot stand bracht. Op dat moment ‘stierf’ de narcist en werd hij herboren als een vals zelf.

Achter hun grootsheid is de narcist een leegte. Niets in hun leven heeft betekenis – behalve de tijd voordat ze hun ‘dode’ ouder ontdekten. Vanaf hun geboorte tot het moment dat het narcistische kind zijn ouder ‘afdankt’, idealiseert het hem of haar. Gedurende deze periode bruist het kind van leven en hoop. Hun leven heeft betekenis.

Door de idealisatiefase van het ritueel te herhalen met een nieuwe geliefde, komt de narcist ‘weer tot leven’. Maar het ritueel moet eindigen in een staat van dood, net als de oorspronkelijke gebeurtenis. Deze gruwelijke realiteit herhaalt zich keer op keer, gevoed door het pact van de narcist met de dood. Een zinvolle toekomst vol hoop vervalt geleidelijk en onthult de harde realiteit achter de fantasie. Alle ontluikende relaties van de narcist zijn fantasieprojecties, die geleidelijk uiteenvallen in de dood, net als de oorspronkelijke relatie.

Achter dit zich herhalende ritueel klampen narcisten zich vast aan het enige gevoel van betekenis dat ze ooit hebben gehad. Ze zoeken wanhopig naar een moment waarop ze zich levend voelden, en daardoor in het heden kunnen blijven leven. Dit is het pact dat ze hebben gesloten, waaraan ze zich voor eeuwig hebben gebonden.

Dit is de reden waarom alles wat een narcist aanraakt in as verandert. Elke relatie. Elke investering. Elk huis. Elk bedrijf. Elk succes. Zelfs als iets goed gaat en objectief gezien leeft, zal de narcist het saboteren en kapotmaken door zijn roekeloosheid. Deze roekeloosheid wordt gevoed door de dood zelf.

Achter elke glinsterende fantasie in de verbeelding van de narcist is de dood een permanente aanwezigheid, die het hart van de narcist vult met zwaarte en apathie. In deze leegte schuilt ook een brandende woede, die ernaar streeft al het leven in as te veranderen. De lineaire tijdlijn van de narcist begon met zijn conceptie en geboorte en eindigde op het moment dat hij besefte dat zijn ouder nooit echt ‘levend’ was geweest, d.w.z. op het moment dat hij werd afgedankt. Alles na dat moment werd profaan – verstoken van elke betekenis.

En zo vormde de narcist een nieuwe religie met zijn eigen ritueel, met de narcist in het middelpunt. De narcist werd een godheid; de dood vermomd als een bos bloemen. Door buitenstaanders uit te nodigen in hun ‘kerk’ en hen een plaats te geven op het altaar van de rozenboom, herschepte de narcist zijn heilige oorsprong en demonstreerde hij zijn doelpersoon zijn stichtingsmythe. Hand in hand cirkelen de narcist en zijn doelpersoon rond de rozenboom, totdat het onvermijdelijke besef komt: net als de oorspronkelijke ouder van de narcist is ook de narcist in wezen dood.

En dan vallen zowel de narcist als de doelpersoon neer, en eindigt de relatie in afdanken of een eeuwige staat van verval.

Een mythologie van hoop

De ‘stichtingsmythe’ van een narcist hoeft volgens mij niet een oneindige neerwaartse spiraal te blijven. Bewustwording is een cruciale eerste stap. Zodra de realiteit is doorgedrongen, kan de narcist het pact dat hij met de dood heeft gesloten, onderzoeken. Daar begint zijn spirituele reis.

Hoewel er geen makkelijke antwoorden zijn, vraag ik me af of er binnen deze ruimte nieuwe mythen kunnen ontstaan. Boeddhisten geloven dat cyclische, ‘heilige’ tijd ook profaan is. Veel rituelen zijn bedoeld om een scheppingsmythe te herhalen, waarbij het leven als resultaat bloeide. In het geval van een narcist is het resultaat altijd de dood. Boeddhisten geloven dat het heilige niet alleen in de ‘mythische tijd’ bestaat, maar buiten alle tijden. Het komt tevoorschijn wanneer we de tijd helemaal overstijgen.

Of we nu doelpersoon of narcist zijn, het minste wat we kunnen doen is op zoek gaan naar nieuwe, vormende ervaringen in het huidige moment, terwijl we ervoor zorgen dat we niet terugvallen in de dodelijke spiraal van het narcistische relatiepatroon. En tijdens onze reis naar genezing kunnen we ook proberen de kinderen op de speelplaats na te doen en de dood niet als het einde zien, maar als een kans om een nieuw leven te beginnen.



Lees de boeken

Duik dieper

Doorbladeren